TER van ETF's en fondsen: wat kost ze je over 20 jaar?

Op je rekeningoverzicht staat nergens een lijn 'beheerkosten fonds: afgeschreven'. Je koopt een ETF of een bankfonds, je ziet de koers bewegen, en dat is het. Toch betaal je elk jaar, elke dag, ook als de markt daalt. Omdat de kost niet als afschrijving zichtbaar is, wordt ze gemakkelijk onderschat.
Een percentage van 1,75% klinkt als een afrondingsverschil. Over twintig jaar is het dat niet. In dit artikel reken je het stap voor stap uit, met een voorbeeld dat je met je eigen bedragen kunt herhalen, en kijk je ook naar wat de TER níét dekt.
Kernpunten
- De TER wordt nooit als aparte kost afgeschreven. Ze zit al in de koers, dus je moet zelf rekenen om haar te zien.
- Kosten cumuleren net zo hard als rendement: een klein procentverschil per jaar wordt na twintig jaar een groot bedrag.
- Het bedrag dat je betaalt stijgt mee met je vermogen, ook al blijft het percentage gelijk.
- De TER is slechts een deel van de kosten. Broker, spread, valuta en tracking difference komen erbovenop.
Wat is de TER, en waarom zie je haar nergens?
De TER, de totale kostenratio, bundelt de beheerkosten, de administratiekosten en de operationele kosten van een fonds. Ze wordt uitgedrukt als percentage van het fondsvermogen. Beheert een fonds 100 miljoen euro en bedragen de jaarlijkse kosten 1 miljoen euro, dan is de TER 1%. Dat vermeldt Curvo in een artikel over ETF-kosten.
Het bijzondere is hoe die kost bij jou aankomt. De TER wordt niet als losse afschrijving gefactureerd, maar automatisch in de koers verrekend, waardoor ze nooit als bedrag op je rekening verschijnt. Het rendement dat je ziet, is dus al een rendement na kosten.
Wat je niet ziet, voel je zelden. Een lagere koers door kosten voelt als marktbeweging, niet als een rekening. Dat maakt de TER tot een kost die je actief moet opzoeken en doorrekenen, anders blijft ze abstract.
Hoe reken je het uit: 10.000 euro, 20 jaar, drie TER's
Hieronder een rekenvoorbeeld. Het is een hypothese en geen voorspelling: we veronderstellen een bruto rendement van 6% per jaar, elk jaar hetzelfde, op een eenmalige inleg van 10.000 euro. De formule is eenvoudig:
eindbedrag = 10.000 × (1 + 0,06 − TER)^20
Dat het netto rendement gelijk is aan het bruto rendement min de TER, is een vereenvoudiging, maar voor een vergelijking tussen fondsen volstaat ze. Zonder enige kost zou de inleg uitkomen op ongeveer 32.070 euro.
| TER | Netto rendement per jaar | Eindbedrag na 20 jaar (ongeveer) | Kostenverlies t.o.v. bruto (ongeveer) |
|---|---|---|---|
| 0,12% | 5,88% | 31.350 euro | 720 euro |
| 0,50% | 5,50% | 29.180 euro | 2.890 euro |
| 1,75% | 4,25% | 22.990 euro | 9.080 euro |
Wat valt op?
Het verschil tussen de goedkoopste en de duurste rij bedraagt ongeveer 8.360 euro, op een inleg van 10.000 euro.
De reden is het samengestelde-renteneffect, dat ook Curvo benadrukt: het besparen van een euro aan kosten verhoogt het rendement, en hogere rendementen zorgen vervolgens jarenlang voor meer rendement. Ook kleine verschillen in TER kunnen daardoor op lange termijn een grote impact hebben.
De 1,75% is geen willekeurig cijfer: het ligt dicht bij de kosten van het actieve fonds KBC Equity Fund World, dat volgens Curvo 1,72% per jaar kost. Dat fonds heeft volgens Curvo als benchmark de MSCI ACWI en bleef in het verleden grotendeels achter op een ETF die dezelfde index volgt. Curvo veronderstelt dat de kosten daarbij een belangrijke rol spelen. Dat is een veronderstelling, geen bewezen oorzaak. De rekenkundige kern staat wel vast: wie jaar na jaar een hoger percentage afstaat, laat ook de groei over die kosten mee verdwijnen.
Groeit de kost van een TER mee met je vermogen?
Een TER is een percentage, geen vast bedrag zoals de jaarlijkse premie van een autoverzekering simulatie. Dat verandert wat je werkelijk betaalt naarmate je vermogen groeit: het percentage blijft gelijk, maar het bedrag in euro stijgt mee. Dat is geen schoonheidsfout van het fonds, het is de logica van een kost die meegroeit met je vermogen.
Voor wie regelmatig bijstort, werkt het effect nog sterker. Elke extra inleg betaalt vanaf de eerste dag mee aan hetzelfde percentage. Daarom loont het om de TER niet als een eenmalige keuze te zien, maar als een jaarlijkse rekening die ongemerkt meegroeit.
Welke kosten komen er bovenop de TER, en hoe controleer je ze?
De TER is een goed vertrekpunt, maar niet het hele verhaal. Volgens een Nederlandse uitleg van Easybroker over ETF-kosten gaan de totale kosten verder dan de TER. Er komen transactiekosten bij aan- en verkoop, valutaconversiekosten, de bid-ask spread en de tracking difference, het verschil tussen het rendement van het fonds en dat van de index die het volgt.
Easybroker geeft zelf een voorbeeld van hoe zwaar zulke kleine verschillen doorwegen: een portefeuille met 0,50% totale frictie per jaar oogt efficiënt, maar op een horizon van 25 jaar is het verschil met 0,20% volgens de bron immens. Een eindbedrag geeft het artikel daarbij niet.
Broker en spread
Transactiekosten rekent je broker aan, per order of als percentage van de orderomvang. De spread is het verschil tussen bied- en laatprijs, en is meestal groter bij lagere liquiditeit. Een ETF met een lage TER kan dus toch duurder uitvallen als je hem vaak in kleine bedragen koopt of als de spread breed is.
De grens van elke calculator
Ook onze berekening heeft een grens: ze gaat uit van hetzelfde rendement elk jaar. In werkelijkheid schommelen de rendementen. Bij tussentijdse stortingen of opnames kan de volgorde van goede en slechte jaren (sequence of returns risk) het eindresultaat bovendien merkbaar beïnvloeden, ook bij hetzelfde gemiddelde. Dat herinnert eraan dat de eindbedragen hierboven een ordegrootte zijn en geen voorspelling.
Drie vragen voor je koopt
- Wat is de TER van dit fonds, en wat betekent dat in euro op mijn bedrag?
- Welke kosten komen erbovenop via mijn broker, de spread en eventuele valutaconversie?
- Hoe verhoudt het fonds zich tot het gemiddelde van vergelijkbare fondsen in de kostenvergelijker van de FSMA?
Wat betekent dit voor jouw bankfonds? De Belgische toets
Curvo, zelf een aanbieder van beleggingsportefeuilles, stelt dat ETF's 10 tot 20 keer goedkoper zijn dan actieve bankfondsen. Het stelt ook dat ETF's met een TER van 0,05% bestaan en dat banken soms meer dan 2% per jaar rekenen. Dat is Curvo's eigen vergelijking, zonder onderliggende studie. Het geeft wel de bandbreedte aan waarbinnen je kostenverschillen kunt verwachten.
Curvo legt het prijsverschil uit met de aard van indexfondsen: ze zijn heel goedkoop om te beheren, want een index volgen is simpel. Je koopt de aandelen in de index en past de samenstelling alleen aan als die verandert. Ter illustratie noemt Curvo de gemiddelde kosten van zijn eigen portefeuilles, gekozen om de lopende kosten te minimaliseren: van 0,17% voor de Protective-portefeuille tot 0,27% voor de Growth-portefeuille.
Wie een voorstel van de bank op tafel heeft, kan het toetsen met de kostenvergelijker voor fondsen van de FSMA. Je berekent daarmee de impact van de kosten op het verwachte rendement en vergelijkt het resultaat met het gemiddelde, het lage gemiddelde en het hoge gemiddelde van in België gecommercialiseerde fondsen met een vergelijkbaar beleggingsbeleid. De FSMA wijst er ook op dat het kopen van deelbewijzen van een fonds niet gratis is: naast de aankoopprijs betaal je bepaalde kosten.
De tool laat toe de kosten in een ontvangen beleggingsvoorstel te controleren en je onderhandelingspositie te verbeteren. De ingevulde gegevens zijn anoniem en de tool heeft geen commerciële bedoeling. Een praktische volgorde: vraag het voorstel schriftelijk, noteer de TER en de instapkosten, voer ze in en leg het resultaat naast de rekenvoorbeelden hierboven. Pas daarna teken je.
Veelgestelde vragen over TER en kosten
Hoe komt de TER in de berekening terecht?
In het rekenvoorbeeld trekken we de TER af van het bruto rendement om het netto rendement te krijgen. Dat is een vereenvoudiging, maar voor een vergelijking tussen fondsen volstaat ze.
Kan ik de TER onderhandelen?
Bij een ETF niet: het percentage ligt vast voor alle beleggers. Bij een voorstel van je bank kun je de kosten wel ter sprake brengen.
Wat als mijn rendement hoger of lager uitvalt dan 6%?
De rangorde blijft gelijk: een lagere TER levert bij dezelfde bruto rendementsveronderstelling altijd een hoger eindbedrag op. Bij een hoger rendement wordt het eurobedrag van het verschil tussen twee TER's groter, omdat de gecumuleerde kosten over een hogere vermogensbasis lopen. Je kunt de formule met je eigen veronderstelling herhalen.
Conclusie
Rendement beloof je jezelf, maar de TER ken je vooraf en kun je zelf kiezen. Het is een van de weinige beleggingsvariabelen waarop je invloed hebt, nog vóór je één euro hebt ingelegd. De echte vraag is dan niet welk fonds het beste presteert, maar of je de rekening één keer wilt maken voor je tekent.
--- Dit artikel is uitsluitend ter informatie en vormt geen beleggingsadvies. Raadpleeg een erkend financieel adviseur voordat u een beleggingsbeslissing neemt.

